Beeldsensor
De beeldsensor is het centrale onderdeel van een digitale camera. De beeldsensor zet het binnenvallende licht om in een elektrisch signaal dat met behulp van software wordt vastgelegd in de vorm van afzonderlijke pixels met een bepaalde kleur en helderheid op het geheugen in de camera.
Digitale camera's worden meestal aangeduid met het aantal pixels dat de beeldsensor kan vastleggen. Zo spreekt men van een 1 megapixel-camera, een 17 megapixel-camera en tussenliggende soorten. Eén megapixel bestaat uit 1 miloen pixels.
U hoeft niet altijd gebruik te maken van de totale capaciteit van de beeldsensor. Op uw camera kunt u namelijk instellen met welke resolutie u wilt fotograferen. Foto's met een lagere resolutie zijn minder gedetailleerd en kunnen minder groot worden afgedrukt, maar ze nemen ook minder ruimte in op een geheugenkaart.
Bij veel camera's wordt dit op het apparaat zelf vermeld. Ook in de meegeleverde handleiding vindt u hierover informatie.
Het geheugen
De meeste camera's hebben een intern geheugen waarop u foto's kunt opslaan. De capaciteit van een dergelijk geheugen is vaak erg klein. U heeft dus altijd een externe geheugenkaart nodig.
Misschien heeft u bij uw digitale camera al een geheugenkaart meegeleverd gekregen. Ook de capaciteit van zo'n geheugenkaart is vaak klein. Het aanschaffen van één of meer extra geheugenkaarten is dus geen overbodige luxe.
Het aanbod van geheugenkaarten is groot. Uw keuze van het soort geheugenkaart beperkt zich echter tot het type dat in uw camera past. Wel zijn er van elke type geheugenkaart diverse uitvoeringen die verschillen in opslagcapaciteit en lees- en schrijfsnelheid. De capaciteit wordt uitgedrukt in GB (gigabyte). De snelheid wordt niet altijd vermeld. Soms worden termen als Extreme en Pro gebruikt. Soms wordt de snelheid aangegeven met een getal, bijvoorbeeld 40x of 60x.
Wanneer u veel foto's maakt met een hoge resolutie, is het verstandig om een geheugenkaart aan te schaffen met voldoende capaciteit en snelheid. Tegenwoordig zijn er echter al geheugenkaarten met 16 GB (gigabyte) of meer opslagcapaciteit. U kunt op een 16 GB kaartje ruim 4.000 foto's die op een 8 megapixel-camera gemaakt zijn, kwijt. Het is maar de vraag of u deze capaciteit daadwerkelijk gaat gebruiken.
Besparing van geheugen
Hoe meer capaciteit het geheugenkaartje heeft, hoe meer foto's er opgeslagen kunnen worden. En hoe hoger de resolutie van de foto des te minder foto's kunt u opslaan. Om geheugen te sparen kunt u de camera op een lagere resolutie instellen, dit heeft echter wel consequenties voor de afdrukkwaliteit. Daarom is het van belang om vooraf te bepalen waar u de foto's voor wilt gebruiken. Wanneer u de foto's op uw internetpagina wilt zetten, dan is een lage resolutie goed genoeg om uw foto's op te slaan. Wanneer u de foto's op groot formaat wilt afdrukken, zult u een hoge resolutie moeten aanhouden.
 |
 |
 |
 |
Verschillende soorten geheugenkaarten |
LCD-scherm en zoeker
|
De meeste camera's hebben tegenwoordig een LCD-scherm. Een LCD-scherm is handig om als 'zoeker' te gebruiken en om de belichting, kleurweergave enzovoorts te bekijken voordat u de foto maakt. Nadat u de foto heeft gemaakt, kunt u direct het resultaat controleren en eventueel een nieuwe foto maken. Het nadeel van een LCD-scherm is het hoge energieverbruik en de soms matige weergave, bijvoorbeeld in zonnige weersomstandigheden.
Een zoeker is vooral handig als u door fel zonlicht het LCD-scherm niet kunt gebruiken. Als u door de zoeker kijkt, ziet u bij de meeste camera's een kader om het beeld te kunnen bepalen. Houd er rekening mee dat het beeld dat u door de zoeker ziet, kan verschillen van het beeld van de lens. Met name als u een onderwerp van heel dichtbij wilt fotograferen (macro-functie), is dit een reden om het LCD-scherm te gebruiken, in plaats van de zoeker.
|

Om de zoeker van deze camera staat een rood kader. |
De lens
De lens vangt als eerste het licht op, waarna het beeld wordt verwerkt door de beeldsensor. De lens speelt, net als de beeldsensor, een belangrijke rol bij de kwaliteit van de foto. Hoe beter de lens, hoe scherper, helderder en kleurrijker de foto wordt. Ook hier geldt: hoe beter de lens, hoe duurder de camera.
Batterij of accu
De stroomvoorziening van een digitale camera bestaat uit twee of vier AA-batterijen of een accu.
Het voordeel van batterijen is dat u deze overal kunt kopen. Gewone, alkaline batterijen gaan echter meestal niet lang mee. Het vermogen van oplaadbare batterijen neemt de laatste jaren echter steeds meer toe. Ook de snelheid van opladers wordt steeds groter. De nieuwste opladers laden de batterijen al binnen een half uur op.
Soms kan een accu alleen in de camera worden opgeladen, maar tegenwoordig krijgt u steeds vaker een aparte oplader bij uw camera. Accu's zijn over het algemeen snel op te laden en hebben bovendien als voordeel dat ze niet leeglopen als ze niet worden gebruikt. Na een paar maanden in de kast kunt u ze gewoon weer gebruiken. Het voordeel van batterijen is dat u deze overal kunt kopen.
Het fotograferen, opslaan en bekijken van foto's met een digitale camera vraagt veel energie. Meestal geeft een indicator in de vorm van een pictogram op het LCDscherm van de camera aan hoe lang u de batterijen of accu nog kunt gebruiken. U kunt het stroomverbruik van een digitale camera beperken door de camera minder vaak aan en uit te zetten, door het flitsen en inzoomen te beperken en door de helderheid van het LCD-scherm te verlagen of uit te zetten. Maak ook gebruik van de mogelijkheid om de camera na een bepaalde periode automatisch uit te schakelen of in sluimerstand over te laten gaan.
Een extra set batterijen of een extra accu aanschaffen is verstandig als u niet voor verrassingen wilt komen te staan tijdens een opnamesessie.
Optische zoom en digitale zoom
De meeste digitale camera's hebben niet zoals een gewone camera, verwisselbare lenzen.
U kunt dus niet een andere lens op de camera plaatsen om een groot zoombereik te krijgen
en beelden dichtbij te halen. Daarom moet het hele zoombereik door de camera zelf
geregeld worden. Voorkeur gaat uit naar de optische zoom. Bij een optische zoom wordt
de beeldhoek aangepast en gebruikt de camera bij elk zoombereik de volledige resolutie.
De kwaliteit van de foto blijft gelijk. Een andere vorm is de digitale zoom. Daarbij wordt het
beeld als het ware elektronisch opgeblazen, maar daardoor verliest het scherpte.
Standaard compact camera's hebben meestal 3x tot 5x optische zoom. Dit betekent dat de langste brandpuntsafstand drie tot vijf keer zo groot is als de kleinste brandpuntsafstand. Het zegt dus niets over de daadwerkelijke brandpuntsafstanden. Een camera met 3x optische zoom kan een brandpuntsafstand van 35 tot 105 millimeter hebben, maar ook één van 28 tot 84 millimeter. Bridge camera's en digitale spiegelreflexcamera's hebben veel meer mogelijkheden om te zoomen.
Instelmogelijkheden
Net als bij 'gewone' camera's bestaan er ook bij digitale camera's grote verschillen in
instelmogelijkheden. Laat u bij uw keuze leiden door uw eigen wensen en ook vooral door
het gebruiksgemak van een camera. Advies is om vóór aankoop uitgebreid te laten
demonstreren hoe de camera werkt, welke mogelijkheden er zijn en dit vooral ook zelf uit te
proberen. Sommige camera's hebben een menu-gestuurde bediening. Op het LCD-schermpje kunt u dan bepaalde instellingen activeren. Niet iedereen vindt dat handig. Bekijk zelf of u dat prettig vindt.
Let er ook op dat een eventueel menu en de bijgeleverde handleiding in een taal is opgesteld die u begrijpt.
Foto's overzetten naar computer
De meeste digitale camera's zijn tegenwoordig voorzien van een USB-aansluiting of
Firewire-aansluiting. Deze aansluitingen zijn ook op de meeste computers aanwezig. Bestanden vanaf de camera naar de pc overzetten, gaat heel snel door middel van een kabeltje tussen deze aansluitingen. Andere mogelijkheid is het geheugenkaartje van de camera in een speciale kaartlezer plaatsen die met de pc verbonden is. In nieuwe typen computers zijn dit soort kaartlezers vaak al ingebouwd in de pc.
Foto's overzetten van camera naar computer
U kunt foto's op verschillende manieren vanaf de camera naar de computer overzetten.
Bij een camera met een USB-aansluiting wordt altijd een kabeltje meegeleverd waarmee u de verbinding tussen de pc en de camera kunt maken. Het smalle stekkertje stopt u in de camera, het bredere stekkertje in de USB-aansluiting van de computer. U kunt de foto's nu rechtstreeks in een fotobewerkingsprogramma binnenhalen.
In Windows 7, Vista en XP worden de meeste camera's zelfs direct herkend. In dat geval kunt u bestanden op de gebruikelijke Windows-manier gemakkelijk kopiëren naar de vaste schijf. Bij oudere Windows-versies heeft u de software nodig die bij de camera is geleverd.
Als u het geheugenkaartje uit de camera kunt halen, en u beschikt over een kaartlezer waar u het kaartje in kunt
stoppen, kunt u ook de volgende werkwijze aanhouden: U haalt het geheugenkaartje uit de camera:
U doet het kaartje in een kaartlezer die via de USB-poort met uw computer is verbonden: In Windows 7, Vista en XP wordt zo'n kaartlezer gezien als externe schijf of verwisselbare schijf. Met de gebruikelijke Windows handelingen kunt u nu de bestanden op het kaartje kopiëren naar de vaste schijf. Bij oudere Windows-versies heeft u de software nodig die bij de camera is geleverd.
Bij camera's die geen geheugenkaartjes hebben, of bij webcams, kunt u de foto's alleen via een USB-kabeltje naar uw computer overbrengen.
Scanners
Om bezig te zijn met digitale fotobewerking, heeft u niet per se een digitale camera nodig.
U kunt zelf digitale fotobestanden 'maken' door uw afgedrukte foto's te scannen. Ook
negatieven en dia's kunt u met een speciale scanner omzetten naar digitale bestanden.
Flatbedscanner
De meest verkochte scanners zijn zogenaamde flatbed-scanners.
Daarbij legt u de foto op een glazen plaat en wordt de foto ingelezen
door een apparaatje dat er onderdoor beweegt. Net als bij digitale
fotocamera's wordt ook bij scanners over resolutie gesproken. Hier
wordt als maat het aantal dots (puntjes) per inch genomen. Deze maat
wordt aangeduid als DPI. Hoe meer DPI, hoe scherper en
gedetailleerder de foto wordt gescand.
Naast de resolutie is de zogenaamde kleurdiepte van belang: het aantal kleuren dat de
scanner kan onderscheiden. De kwaliteit van een scanner is afhankelijk van de resolutie, de
kleurdiepte en de snelheid waarmee wordt gescand.
Negatief- en diascanners
Sommmige flatbedscanners zijn ook geschikt voor het
scannen van dia's en negatieven. Daarvoor is in de klep een
extra lamp ingebouwd. Voor het plaatsen van een
negatievenstrook of een serie dia's wordt meestal een
speciaal rekje meegeleverd. De bijgeleverde software zorgt
ervoor dat de negatieven als afzonderlijke bestanden worden
gescand en opgeslagen.
Er bestaan ook speciale scanners die alleen geschikt zijn
voor dia's en negatieven. Hiermee kunt u op een zeer hoge
resolutie scannen. Deze scanners zijn meestal aanzienlijk
duurder dan gewone flatbedscanners.
Instellingen van een scanner
Bij een scanner wordt software meegeleverd. Die software installeert u op uw pc. Daarna is directe toegang tot zo’n apparaat vanuit een fotobewerkingsprogramma mogelijk. U ziet wel altijd de vensters van de scansoftware die bij de scanner is meegeleverd. Die vensters zien er bij ieder merk scanner weer anders uit.
U kunt het scanprogramma ook apart starten.
In het venster van de scansoftware kunt u de scankwaliteit instellen. Deze kwaliteit wordt
ook wel resolutie genoemd en wordt uitgedrukt in DPI. Dat betekent dots per inch.
Afhankelijk van het gebruik van de gescande foto kiest u een instelling van 75 tot maximaal
1200 DPI. Een foto die u bijvoorbeeld wilt e-mailen of op een website wilt zetten, heeft geen
hoge kwaliteit nodig. Dan is bijvoorbeeld 75 DPI voldoende.
Wilt u een foto na het scannen meteen afdrukken, dan kunt u een resolutie kiezen die
overeenkomt met de maximale resolutie van uw printer. Heeft u een inkjetprinter met een
resolutie van 720 DPI, dan kunt u deze resolutie kiezen bij het scannen.
Wilt u echter de foto nog uitgebreid bewerken, dan kunt u deze op de hoogste resolutie
scannen. Realiseert u zich wel dat dit soort hoge resoluties (zoals 1200 DPI) enorme
bestanden van vele megabytes oplevert.
Bij veel scanners kunt u nog meer zaken kiezen, vooral wat betreft de instelling van kleuren.
Die instellingen kunt u veranderen wanneer blijkt dat de kleuren van een ingescande foto
sterk afwijken van die van het origineel.
Als u alle benodigde instellingen heeft gemaakt, kunt u het werkelijke scannen starten. Meer
informatie over scannen vanuit een fotobewerkingsprogramma vindt u in de Visual Steps-boeken
over fotobewerking.
Scanresolutie
De resolutie van een foto wordt aangegeven in DPI. Dat betekent dots (punten) per inch
(2,54 cm). Afhankelijk van het gebruik van de ingescande foto bepaalt u de resolutie waarop
u gaat scannen. Bijvoorbeeld:
| Scanresolutie |
| DPI |
Doel |
| 75 DPI |
Beeldscherm, internet |
| 200-300 DPI |
Kleurenafdruk inkjetprinter |
| 720 DPI |
Hoge resolutie inkjetprinter |
| 600-1200 DPI |
Laserprinter |
| 2400 DPI |
Professioneel drukwerk |
|
Fotocentrale
U kunt zelf uw foto's afdrukken op uw printer, maar het is goedkoper en handiger om
gebruik te maken van fotoservices op internet. Een fotoservice is een website die de mogelijkheid biedt om vanaf uw computer en via internet, digitale foto's op papier af te laten drukken.
Foto-cd
Er zijn tegenwoordig veel fotoservices, die in grote lijnen allemaal dezelfde soort diensten aanbieden: het afdrukken van uw digitale foto's op papier in verschillende vormen, of op allerlei producten, zoals mokken en t-shirts. Hieronder ziet u een aantal fotoservices: